Regionaal Archief Tilburg Postbus 4265
5004 JG Tilburg
Bezoekadres:
Kazernehof 75, Tilburg
013 549 45 70
info@regionaalarchieftilburg.nl


 
Home

Kamp Vught Afdrukken

Bron: Opdat wij niet vergeten. Fusillades in Midden-Brabant, 1942-1944. (Goirle, 1992). Hoofdstuk 6, kamp Vught. (A.Ruitenberg)


Vught herbergde vele en velerlei gevangenen: vrouwen en kinderen, gijzelaars en veroordeelden, mensen die actief waren in het verzet en Joden, homofielen en politieke gevangenen. Vanaf het begin, januari 1943, tot de bevrijding, najaar 1944, zaten er 31.000 mensen voor kortere of langere tijd gevangen.

Een concentratiekamp was het, geen vernietigingskamp. Gevangenen hadden er overlevingskansen.

Maar voor 12.000 Joodse mensen was het de eerste halte op weg naar Westerbork en van daar naar Sobibor of Auschwitz.

En voor de familieleden en vrienden van de honderden gefusilleerden -in juli, augustus en september 1944 alleen al 317!- is Vught nog steeds de gruwelijke herinnering aan het zinloos lijkende verlies van een dierbare. Ook voor hen, die wèl overleefden, was het leven er zwaar.

Zes dagen van de week moesten zij van 's morgens zeven tot 's avonds half zeven werken: in de schoonmaakdienst, op de kampboerderij, op de stortplaats achter het kamp, in een omgebouwde barak, waar zij voor Philips productie- en reparatiewerk verrichtten.
De levensomstandigheden waren erbarmelijk. Vooral in het begin was er gebrek aan alles. Vele gevangenen, vaak toch al met een verminderde fysieke weerstand, stierven. Door de aanwezigheid van Philips en door voedselpakketten van buiten -voorzover bewakers die niet leeg roofden- werd het leven er later wat dragelijker.

Eens per veertien dagen mochten de gevangenen naar huis schrijven. Om te voorkomen, dat Nederlanders buiten het kamp weet zouden krijgen van de onbarmhartige behandeling, censureerden de Duitsers elke brief. Zij zijn in die opzet akelig goed geslaagd. De buitenwacht had maar een vage notie van wat er in kampen als Vught gebeurde.

 

De fusilladeplaats
Vught was meer dan een concentratiekamp. Het was ook de centrale fusilladeplaats voor Midden-Brabant en wijde omgeving.

Veel Nederlanders waren actief in het verzet: schrijven, drukken en verspreiden van illegale bladen als "Trouw" en "De Waarheid"; verbergen van onderduikers, Joden en geallieerde piloten; sabotage op duitse doelen; liquidatie van Duitsers en landverraders. De Duitsers bestempelden hen als staatsgevaarlijk; huisden "gewone" gevangenen in barakken, de "zware jongens" zaten in "De Bunker": donkere, geïsoleerde cellen, waar het overdag kunstmatig nacht en 's nachts dag was. Doel? Zij moesten geestelijk kapot!

Uit een persoonlijk verslag van een joodse man, voordat hij in de bunker werd opgesloten:
"We werden uit de auto gesleurd en met onze neuzen tegen de muur geduwd. De beide SD-ers liepen naar het wachtlokaal, waaruit even later een paar SS-ers, gewapend met machinepistolen op ons afkwamen. Ze bleven achter ons staan. Hun commandant liep op ons af en gaf ons een dreun tegen het achterhoofd. Het bloed spoot uit onze neuzen. Ik hoorde, dat hij een aantal passen achter ons uitmat en de SS-ers opdracht gaf, zich op te stellen. Even later hoorden we het ontgrendelen van machinepistolen en opeens schreeuwde de vent: "Sie werden erschossen, Lumpe!" En toen tegen de SS-ers: "Achtung!" Terwijl ik bad, zag ik in de bebloede stenen opeens het bloedende gelaat van Christus. Ik zei nog snel tegen Ben: "We gaan naar de hemel, jongen!" Toen hoorden we heel duidelijk het aanleggen en richten van vuurwapens en weer klonk het snauwgeluid: "Eins, zwo!" Ik kromp in elkaar, wachtend op het "Feuer!", terwijl ik in Bens hand kneep. Maar op datzelfde moment brak er achter ons een onbedaarlijk gelach uit. Mijn SD-beul kwam vanuit het wachtlokaal op ons af. "Je moet dit maar als een generale repetitie beschouwen!" zei hij grijnzend."

Eens per week was er appèl. De gevangenen werden uit de bunker gehaald, stelden zich in rijen op en moesten naam en kampnummer zeggen. De gegevens werden twee maal gecontroleerd. Soms selecteerden de Duitsers een aantal gevangenen, om hen af te voeren naar de fusilladeplaats, op weg naar de eeuwigheid. De achterblijvers gaan terug naar hun cel. Zij huilen. Zij verliezen een kameraad. En de volgende keer kan het hun beurt zijn!
De fusilladeplaats ligt even buiten het kamp, in een rustig, afgelegen, bosrijk gebied. Toch horen de kampbewoners het schieten. En zij kennen de betekenis daarvan!
Aangekomen op de plek, waar zij hun aardse leven zullen beëindigen, stellen de gevangenen zich naast elkaar op. Naam, nummer en reden van de executie worden voorgelezen. In koelen bloede voltrekken soldaten het vonnis.

Vught herbergde vele en velerlei gevangenen: vrouwen en kinderen, gijzelaars en veroordeelden, mensen die actief waren in het verzet en Joden, homofielen en politieke gevangenen. Vanaf het begin, januari 1943, tot de bevrijding, najaar 1944, zaten er 31.000 mensen voor kortere of langere tijd gevangen.Een concentratiekamp was het, geen vernietigingskamp. Gevangenen hadden er overlevingskansen.Maar voor 12.000 Joodse mensen was het de eerste halte op weg naar en van daar naar of .En voor de familieleden en vrienden van de honderden gefusilleerden -in juli, augustus en september 1944 alleen al 317!- is Vught nog steeds de gruwelijke herinnering aan het zinloos lijkende verlies van een dierbare. Ook voor hen, die wèl overleefden, was het leven er zwaar.Zes dagen van de week moesten zij van 's morgens zeven tot 's avonds half zeven werken: in de schoonmaakdienst, op de kampboerderij, op de stortplaats achter het kamp, in een omgebouwde barak, waar zij voor Philips productie- en reparatiewerk verrichtten.De levensomstandigheden waren erbarmelijk. Vooral in het begin was er gebrek aan alles. Vele gevangenen, vaak toch al met een verminderde fysieke weerstand, stierven. Door de aanwezigheid van Philips en door voedselpakketten van buiten -voorzover bewakers die niet leeg roofden- werd het leven er later wat dragelijker.Eens per veertien dagen mochten de gevangenen naar huis schrijven. Om te voorkomen, dat Nederlanders buiten het kamp weet zouden krijgen van de onbarmhartige behandeling, censureerden de Duitsers elke brief. Zij zijn in die opzet akelig goed geslaagd. De buitenwacht had maar een vage notie van wat er in kampen als Vught gebeurde.Vught was meer dan een concentratiekamp. Het was ook de centrale fusilladeplaats voor Midden-Brabant en wijde omgeving.Veel Nederlanders waren actief in het verzet: schrijven, drukken en verspreiden van illegale bladen als "" en ""; verbergen van onderduikers, Joden en geallieerde piloten; sabotage op duitse doelen; liquidatie van Duitsers en landverraders. De Duitsers bestempelden hen als staatsgevaarlijk; huisden "" gevangenen in barakken, de "" zaten in "": donkere, geïsoleerde cellen, waar het overdag kunstmatig nacht en 's nachts dag was. Doel? Zij moesten geestelijk kapot!Uit een persoonlijk verslag van een joodse man, voordat hij in de bunker werd opgesloten:""Eens per week was er appèl. De gevangenen werden uit de bunker gehaald, stelden zich in rijen op en moesten naam en kampnummer zeggen. De gegevens werden twee maal gecontroleerd. Soms selecteerden de Duitsers een aantal gevangenen, om hen af te voeren naar de fusilladeplaats, op weg naar de eeuwigheid. De achterblijvers gaan terug naar hun cel. Zij huilen. Zij verliezen een kameraad. En de volgende keer kan het hun beurt zijn!De fusilladeplaats ligt even buiten het kamp, in een rustig, afgelegen, bosrijk gebied. Toch horen de kampbewoners het schieten. En zij kennen de betekenis daarvan!Aangekomen op de plek, waar zij hun aardse leven zullen beëindigen, stellen de gevangenen zich naast elkaar op. Naam, nummer en reden van de executie worden voorgelezen. In koelen bloede voltrekken soldaten het vonnis.

M-Gallinat.jpg
Oberaufsehering Margarete Gallinat
K-Schot.jpg
Aufsehering Katja Schot



















De merkwaardige duitse "Gründlichkeit", die ook dit soort oorlogsdaden nauwkeurig administreert, zorgde ervoor, dat wij toch nog vrij veel namen van gefusilleerden kennen alsmede de afschuwelijke manier waarop de executies plaatsvonden.
21 juli 1944: 3 gefusileerd. Dien nacht zijn de lijken ter plaatse t.w. Lunette no. 2 van de voormalige legerplaats te Vught, blijven liggen. Daags daarna zijn er gewone schietoefeningen gehouden, waarbij aanvankelijk over deze lijken heen is geschoten. Later zijn ze ter zijde in het hout gesleept, vanwaar eindelijk de schavotkar ter crematie ze heeft opgehaald.
28 juli 1944: 12 gefusileerd. Eerst 4 en daarna 8 jongemannen. De fusillade had tussen licht en donker plaats en na het salvo stonden nog twee mannen ongedeerd en waren slechts gewond, die daarop met het M.Pi., d.i. het Mechanische Pistool het hartschot ontvingen...
4 augustus 1944: 10 gefusileerd. Voor deze fusillade vuurpeleton aangewezen, maar als een openbare vermakelijkheid trokken velen S.S. mede ter executieplaatse.
"19 augustus 1944. 2x 7 man doodgeschoten. 2e salvo zeer slordig. 1 man blijft staan. Twee pas aangebrachte burgers onmiddellijk dood voor executeering. Eén was in plusfour gekleed, als bagage had ook één der twee nieuw aangekomene bij zich een doos waarin overhemd en eenige boorden. In de week van 13-19 aug. vervoegde zich een burger bij den commandant der 5e Compagnie teneinde te vernemen of eventueel zijn zoon was gefusilleerd. Het antwoord luidde: 'Daar weten wij niets van' en 'ze deden dat hier niet'. Daarop is de 5e Compagnie geappelleerd en de mannen aangezegd, dat ondanks het verbod, toch naar buiten is gekletst en daarom nog eens opnieuw meegedeeld dat er aangaande executieën gezwegen moest worden en voortst dat de Hollandse Schüts-Staffel bij voorbaat niet meer voor dezen dienst tegenover Hollanders gebezigd zou worden."
22 augustus 1944: Vast aangesteld vuurpeleton. Kijkers verboden. De slachtoffers ondergaan half naakt de executie. Hun kleding zou naar Duitschland gezonden worden. Wel wordt nog ter plaatse het vonnis bekend gemaakt doch geen namen meer ter plaatse afgeroepen. De afstand tussen veroordeelden en schutters is 12 m. Toch wordt er slecht geschoten en blijven er nog altijd staan.
30 augustus 1944: 26 doodgeschoten. De leiding der executie berust bij de S.D."
Behalve de administratie der fusillades hield de kampleiding een "Sterbebuch" bij. De overlijdensakte vermeldt de naam van de overledene, geboortedatum en -plaats, gegevens over de ouders, burgerlijke staat, beroep, tijdstip van overlijden. En de doodsoorzaak. Ten minste in het begin. Later, vermoedelijk als het aantal fusillades toeneemt, ontbreekt deze. Wel lieten de Duitsers, toen zij het kamp verlieten, een merkwaardig document achter: een register met namen van in het kamp omgebrachte gevangenen. Dr. Fischer stelde de dood vast. Standesbeamte Görgens ondertekende de overlijdsensakte. Maar ook hier ontbreekt de vermelding van de doodsoorzaak.

Onder hen zijn ook Theodorus van Es en diens vader Johannes uit Kaatsheuvel. Hun precieze geschiedenis konden wij -zie Ter Inleiding- niet beschrijven. Vast staat, dat Theodorus als onderduiker in Kaatsheuvel door landwachters werd aangehouden. Theodorus alsook zijn vader en moeder verzetten zich. In de worsteling ging het geweer van één der landwachters af. Deze kreeg een schot hagel in zijn lichaam. Naar Waalwijk overgebracht, werden vader en zoon in het gebouw van de landwacht ernstig mishandeld. In Den Bosch werden zij aan de Duitsers overgedragen. Zonder vorm van proces kregen zij op 12 augustus 1944 de kogel.

Onder hen ook Henricus Joannes van Dijk uit Tilburg, die wegens anti-Duitse uitlatingen gearresteerd werd. Lid van een verzetsorganisatie was hij niet. Hij was wel anti-Duits. Op 11 augustus 1944 werd hij, samen met 13 anderen, gefusilleerd als represaillemaatregel op het vermoorden van een Duitse SD-agent in 's Hertogenbosch.......
Ja, Vught was meer dan een concentratiekamp.
Veel Nederlanders werden er in de beste jaren van hun leven gefusilleerd. Om hun trouw aan medemensen, hun land, hun beginselen.
Het is goed, dat Kamp Vught en de fusilladeplaats beide tot nationaal monument zijn geworden: ter herinnering aan een gruwelijke tijd, "opdat wij niet vergeten..."